“Mag jouw vrouw?”

Tot mijn verbazing tuimelde ik met stomme toevalligheid op een stuk beeldmateriaal dat mijn kleinste haartjes overeind deed rijzen. Twee net geklede heren zaten ogenschijnlijk in een tumultueus debat over of de vrouw van een van de heren alleen naar buiten mag. “Gewoon, een vraag”. Voegt de vragensteller er nog aan toe.

Waarop mijn onrustige breincelletjes voorafgaand aan het antwoord al een bevooroordeelde “ja” uitspuwen. “Laat die man zelf eens antwoord geven” denk ik daarop direct. In zijn moeizaam op de tong vallende respons biecht de beste man enig merkwaardig heimwee naar de spruitjeslucht van de jaren 50 op.

“Ze wil naar Kralingse Bos”. Tettert de vragensteller geïntrigeerd doch met strenge toon erachteraan. Opdat de ontvanger de vraagstelling dan eindelijk schijnt te snappen. Daaruit blijkt, het venijn zit hem in de staart.

Het korte antwoord is “nee”, met daaraan toegevoegd als klaarkomst van de dichter: “ben je gek”. Met een gedesillusioneerde staat van denken kap ik mijn machete door het oerwoud van de rest van de video. Een flinke klus, maar dan ben je ook weer een stuk wijzer.

En daar komt achteraf in het clipje zonder enig doodvermoeiend gepuf noch gehijg het kant en klare antwoord van Lale Gül: “Iedereen zou denken: Ja duh, natuurlijk mag mijn vrouw dat”. Gelukkig zijn er in dit land nog mensen weldenkend en goed gestemd.

“Stel je voor, ze is jou zat”, merkte de interviewer daarvoor nog scherp op. Hulde. Maar neùh, de drie verdiepingen die de man bovenin zijn huis nog schijnt te hebben en hun pittoreske tuin zijn in de ogen van deze opiniemaker genoeg lebensraum voor zijn vrouw om rond te waggelen.

De woorden ‘zonder jou’ schijnen niet in het voortreffelijke vocale repertoire van de man te bivakkeren. En dat vind ik op zijn zachts gezegd, maar toch met enig weemoed, jammer. 

Wat ik daarmee wil zeggen is dat we niet gelijk moord en brand moeten schreeuwen. Dit is niet de nieuwe Andrew Tate of een van die andere pipo’s uit Louis Theroux’s documentaire over het grote ongrijpbare gevaarte van de manosphere. Het zijn jut en jul met de pet, niks bijzonders aan. Jouw en mijn buurman. Gewoon Mees Wijnants aan de overkant van de straat.

Verbaal mag je iedereen even hard aanpakken, als het maar niet té oega-boega wordt. Dus ook deze heren. Uitwerpselen en scheldpraat naar hun hoofden slingeren helpt al lang niet meer, daar is het bord voor de kop al te hoog voor.

Neem dit soort praat wél serieus. Juist als er wel om te lachen valt. Het gevaar zit hem in het weg grappen en grollen van hun mening, totdat de donkere wolk over ons heenstuift. Na afloop ‘even er nog wat van zeggen’ helpt niet. Maar tot dorpsgek verklaren evenmin.

Een balans tussen de twee. Hardhandig aangeven: “Dit mag jij vinden, maar pas wel een beetje op de kinderen die je beïnvloedt en weet dat al die jaren emanciperen (by the way voornamelijk alleen met dank aan vrouwen zelf) veel tijd en moeite hebben gekost en daarom in Nederland worden gezien als iets om te koesteren”.

Tegelijkertijd mag iedereen platgezegd vinden wat ‘ie wil. Ook deze man. We zijn weliswaar allemaal Nederlandse burgers nietwaar? Dat betekent dat we, volgens de wet, gelijk zijn aan elkaar. De vrouw van een man of een vrouw alleen, of een man alleen, of wie of wat dan ook alleen, krijgt dezelfde verkeersboete voor een snelheidsovertreding als de ander.

Gelijk aan elkaar. Ieder heeft dezelfde eigen wil. Zoals de wil van de persoon die ervoor kiest om te hard te rijden en daarvoor via hetzelfde toegepaste recht een bekeuring ontvangt. Het recht is dus ook gelijk voor iedereen.

Geen mens hoort om toestemming te moeten vragen om rechtop te mogen lopen, ook als zijn of haar partner zo naïef als de pest is.

Dan is het blijkbaar een kwestie van gunnen of iemand anders waar je schijnbaar van houdt ook zijn/haar vrije wil mag uiten. Zonder dat jij je macht loopt bot te vieren op iemand die sociaal-fysiek minder sterk in de schoenen staat. Pak iemand van je eigen statuur, zou ik zeggen.

Of deze meneer ook daadwerkelijk het nodige klokkenspel geërfd heeft om iemand net zo groot als hij te lijf te gaan, is een tweede. Ik heb, gezien zijn geleuter, een sterk vermoeden van niet.

En nogmaals, vanzelfsprekend is het, dat deze man achter gesloten deuren zijn eigen gangetje mag gaan. Dat hoort ook bij onze Nederlandse waarden. Ik mag ook stinkend en mompelend met één onderbroek ter been de krochten van mijn huiskamer bewandelen, zonder daarvoor te moeten vrezen de AIVD met Dick Schoof te paard aan mijn deur te krijgen.

Met goede en tevens naïeve moed hoop ik alleen dat de comments op sociale media en mensen die verder kunnen kijken dan hun aangeleerde cultuur, zoals Lale Gül, geen water bij de wijn doen, maar ook geen olie op het vuur gooien. Fikkie stoken is leuk, maar soms is het vuurtje hoog genoeg. 

Triest zou ik het vinden, als iemand als Lale haar mening met de dood zou moeten bekopen, omdat ze wat vindt van iemand die voor eigen rechter speelt. Dat soort ongein hebben we al té vaak gezien.

En begrijp me niet verkeerd, bloedserieus ingaan op die hap. Wijs Gijs, Rowen of Amar die naast je wonen, of desnoods bij je in de klas zitten, op de geschiedenis die we hier hebben van mensen die geknokt hebben voor hun rechten. Rechten die voor elke Nederlandse burger zouden moeten gelden, omdat iedereen het recht heeft om zonder angst en oppressie zijn levensdagen te verslijten.       

Oh wacht, maar het is ‘zijn vrouw’ natuurlijk. Och ja, helemaal vergeten; hij is een man. Jazeker, dit is nou waar echte mannen het met elkaar over hebben. Ik zou zeggen: een Real Talk.

Op het ‘zijn vrouw’, ‘zijn huis’ en ‘zijn eigen leven’ argument zou ik graag afsluitend nog twee dingen willen zeggen. Eén: mensenrechten beperken zich niet tot afstanden, deuren en muren. Twee: sinds wanneer zijn vrouwen van ‘jullie’? Ik dacht dat volgens jullie filosofie iedereen gelijk was geschapen? Ah, maar dat is weleens vaker; ‘gelijkheid’ waar het jezelf uitkomt natuurlijk.  

Leave a comment